Het teeltproces

Het begint allemaal bij het zaad. Aspergeveredelaars kweken speciale zaden, deze zaden worden bij de plantvermeerderaars uitgezaaid en groeien uit tot aspergeplanten (wortels). Wanneer de planten groot genoeg zijn, gaan ze naar de aspergetelers. Zij plaatsen de planten in de aspergebedden en dan is het afwachten, want pas na twee jaar kan er voor het eerst geoogst worden. 

In het voorjaar groeit uit de aspergeplant een nieuwe stengel, de asperge. Uit een aspergeplant groeien per seizoen ongeveer 10 tot 15 asperges. Omdat asperge een meerjarig gewas is, groeit de asperge na het oogstseizoen door tot een plant met loof. In de herfst wordt dit loof geel en sterft af. De opgebouwde suikers trekken via de sapstroom naar de wortels, deze voedingsstoffen zorgen voor nieuwe stengels in het volgende oogstseizoen.

In het voorjaar wordt er folie op de bedden gelegd, om verkleuring tegen te gaan en om de oogst te vervroegen. Deze folie heeft één witte zijde en één zwarte zijde. Wanneer het nog niet zo warm is, wordt het folie met de zwarte zijde boven gelegd, zo wordt de warmte van de zon extra goed benut.

Soms wordt hier nog transparante folie overheen gelegd, in de vorm van een minitunnel, om de oogst nog meer te vervroegen. De witte zijde stoot juist warmte af, deze zijde ligt boven wanneer het erg warm is, zodat de asperges niet te snel groeien.

Afhankelijk van of de teler gebruik maakt van verwarmde teelt of niet, wordt rond begin april gestart met de oogst van asperges, meestal handmatig. Hierbij wordt de folie opgelicht, als er een barstje in de grond of een kopje zichtbaar is, heeft de asperge de juiste lengte om te oogsten. De geoogste asperges worden direct gedurende zo’n 6 uur in koud water gelegd, hiermee worden verkleuring en uitdroging voorkomen. Vervolgens worden de asperges gewassen, op maat gesneden en gesorteerd naar kwaliteit. 

Door vervroegingsmethoden als teelt in de kas zijn asperges overigens steeds vaker al eerder verkrijgbaar dan in april. 

Op 24 juni eindigt het aspergeseizoen. De telers stoppen dan met oogsten, zodat de planten genoeg tijd hebben om energie op te bouwen voor het nieuwe seizoen.